Cursussyllabus

Beleidsinnovatielab

Syllabus, 2025-2026 (versie 22 september)

 

Prof. Dr. Didier Caluwaerts - didier.caluwaerts@vub.be

Prof. Dr. Dimo Kavadias - dimokritos.kavadias@vub.be

 

  1. Leerdoelstellingen

 

Het Beleidsinnovatielab wil studenten innovatieve oplossingen laten bedenken voor complexe en vaak moeilijk te managen beleidsproblemen. Het is daarbij de bedoeling om de creatieve vaardigheden van studenten te stimuleren om met beleidsproblemen om te gaan, maar ook om een kritische en evidence-based reflex bij de studenten los te weken. Daarom moeten de studenten in groep als beleidsconsultants gedurende het semester een beleidsnota uitwerken met concrete oplossingen en beleidsaanbevelingen, en deze tijdens een presentatie toelichten.

 

Het thema van het Beleidsinnovatielab varieert jaarlijks in functie van de actualiteit. Voor academiejaar 2025-2026 leverde dat twee thema’s op die behandeld kunnen worden. De finale keuze moet door de studenten zelf gemaakt worden. Deze twee thema’s zijn draagmoederschap en vapen bij jongeren.

 

Na het volgen van dit studiedeel moeten de studenten de volgende doelstellingen bereikt hebben: 

1)     Studenten kunnen zelfstandig maatschappelijke ontwikkelingen en problemen in politicologische termen vatten en vertalen in een concrete beleidsvraag.

2)     Studenten kunnen voor het beantwoorden van een beleidsvraag zelfstandig de gepaste methodologische keuzes maken.

3)     Studenten kunnen zelfstandig een onderzoeksdesign opzetten, plannen en uitvoeren om een beleidsvraag wetenschappelijk onderbouwd te beantwoorden.

4)     Studenten kunnen zich op kritische wijze positioneren ten aanzien van de internationale politicologische en beleidsliteratuur.

5)     Studenten kunnen zelfstandig analytisch, genuanceerd en kritisch reflecteren over actuele problemen en beleidsontwikkelingen.

6)     Studenten kunnen zelfstandig schriftelijk rapporteren over hun beleidsonderzoek en dit mondeling op wetenschappelijk verantwoorde wijze aan vakgenoten toelichten en er vragen over beantwoorden.

7)  Studenten kunnen kritisch reflecteren over hun onderzoek en gaan constructief om met kritische kanttekeningen van vakgenoten.

8)  Studenten kunnen creatieve beleidsoplossingen ontwikkelen voor complexe maatschappelijke problemen.

 

  1. Leermateriaal

 

Er is geen vast leermateriaal voor dit opleidingsonderdeel omdat de studenten net zelf op zoek moeten gaan naar inzichten, probleemdefinities, beleidsvoorstellen en -oplossingen, maar de docenten zullen ondersteunend materiaal op Canvas zetten om de studenten op weg te helpen. Rond beide thema’s is sowieso literatuur beschikbaar. De OESO, Europese Commissie, en verschillende nationale instellingen publiceren regelmatig rapporten over de onderwerpen, en ook academische literatuur is er in overvloed. Het grootste deel van het materiaal moeten de studenten zelf opzoeken, en de ruwe data voor hun paper moeten ze via interviews, en de analyse van beleidsdocumenten en buitenlandse beleidspraktijken zelf verzamelen.

 

Als leidraad voor het schrijven van de beleidsnota, zullen de docenten enkele hoofdstukken delen van Bardach & Patashnik rond het schrijven van beleidsnota’s. In elk geval zal de opbouw, structuur en inhoud van een beleidsnota toegelicht worden in de eerste inhoudelijke les.

 

  1. Leervormen en timing

 

Het Beleidsinnovatielab organiseert slechts enkele collectieve bijeenkomsten tussen docenten en studenten. Aan het begin van het semester geven de docenten twee collectieve openingssessies. In het eerste contactmoment worden de thema’s van het Beleidsinnovatielab toegelicht zodat de studenten een weloverwogen keuze kunnen maken tussen beide thema’s alsook groepsleden kunnen vinden. De tweede les focust op het schrijven van een beleidsnota en het uitvoeren van een beleidsonderzoek. Op het einde van het semester vinden presentatiesessies plaats waar de studenten hun beleidsnota’s voorstellen en constructief vragen dienen te beantwoorden. De docenten blijven het hele semester ter beschikking staan, maar de studenten kunnen halverwege het semester één formeel consultatiemoment aanvragen met de docenten ter ondersteuning. Het overige werk (literatuuronderzoek, interviews, documentanalyse, rapportering…) moeten de studenten met hun eigen groep verrichten.

 

Timing dagstudenten

Activiteit

30 september

Inleiding en toelichting bij de thema’s

7 oktober

Inleiding en toelichting bij het schrijven van een beleidsnota.

12 oktober

Doorgeven indien je nog geen groep hebt gevonden.

15 oktober

Definitieve groepssamenstelling doorgeven.

Eind oktober

Jullie kunnen vragen voorleggen en eventuele problemen aankaarten bij de docenten tijdens een individuele afspraak.

Half november

Jullie leggen zelf een afspraak vast met de docenten (via mail) voor een tussentijdse consultancysessie. De docenten zullen dan formele, formatieve feedback geven op de tussentijdse paper en de vragen van de studenten beantwoorden.

Half december

Presentatie beleidsnota

 

Timing werkstudenten

Activiteit

6 oktober

Inleiding en toelichting bij het Beleidsinnovatielab. De docent zet de ook lesopname van de dagstudenten online, en de werkstudenten kunnen via mail vragen stellen, of een online vergadering vragen via Teams.

6 oktober

Inleiding en toelichting bij het schrijven van een beleidsnota. Dit zal via een online lesopname gebeuren, maar de werkstudenten kunnen via mail vragen stellen, of een online vergadering vragen via Teams.

12 oktober

Doorgeven indien je nog geen groep hebt gevonden

15 oktober

Definitieve groepssamenstelling doorgeven

Eind oktober

Jullie kunnen vragen en problemen aankaarten bij de docenten.

Half november

Jullie leggen zelf een afspraak vast met de docenten (via mail) voor een formele, tussentijdse consultancysessie. De docenten zullen dan feedback geven op de tussentijdse paper en de vragen van de studenten beantwoorden.

Half december

Presentatie beleidsnota

 

  1. Evaluatievorm

 

Studenten zullen op drie manieren geëvalueerd worden:

 

1)    Beleidsnota (70%): de projectpaper is een groepsrapport waarin de studenten hun oplossing voor het beleidsprobleem beschrijven, en elk van de voorgestelde beleidsmaatregelen beargumenteren. Deze paper bedraagt 8000 woorden voor een groep van 3 studenten, inclusief referenties.

      Studenten die niet slagen voor de paper in de eerste zittijd dienen eveneens een beleidspaper in te dienen in de tweede zittijd, maar het betreft hier een individuele paper.

2)    Presentatiesessie (30%):

      De presentatiesessie zal drie aspecten evalueren: Tijdens de presentatie van 15-20 minuten legt de groep uit wat hun voorgestelde oplossing voor het beleidsprobleem is. De studenten moeten ten slotte constructief om kunnen gaan met kritiek op hun werk.

      Studenten die niet slagen voor de presentatie in de eerste zittijd dienen eveneens een presentatie te geven in de tweede zittijd, maar het betreft hier een individuele presentatie.

3)    Peer feedback: aangezien dit studiedeel sterk inzet op zelfstandig groepswerk, zal elk van de groepsleden de kans krijgen om de anderen te beoordelen. Dit voorkomt freeridergedrag. Een negatieve peer feedback leidt tot een negatieve weging van de scores voor de projectpaper en de presentatie. Indien de overige groepleden unaniem zijn in hun oordeel, kan de peer feedback zelfs leiden tot een 0/20.

 

Opgelet: studenten kunnen niet slagen als ze hun beleidsnota niet hebben ingediend en de presentatie niet hebben uitgevoerd. Studenten die zonder verschoonbare reden afwezig zijn bij de presentatie van hun projectpaper, kunnen niet slagen in eerste zit voor dit opleidingsonderdeel.

 

De evaluatiecriteria voor de beleidsnota zijn de volgende:

  • Grondigheid: hoe duidelijk is de probleemstelling? Hoe grondig werd de literatuurstudie uitgevoerd? Hoe diepgaand werden de data geanalyseerd? Hoeveel werk werd er in het onderzoek gestoken (bijv. hoeveel interviews, hoeveel beleidsbronnen…)? Worden de KPI’s en KSF’s vermeld? Hoe meet je het succes van je aanbevelingen?
  • Aandacht voor beleidscontext: in welke mate houden de aanbevelingen rekening met de concrete beleidscontext? Blijven ze op een generiek niveau, of zijn ze net heel specifiek?
  • Accuraatheid van rapportering: is de beleidspaper een accurate rapportering van de literatuur en van de verzamelde data?
  • Leesbaarheid: hoe leesbaar is de tekst? Is de tekst goed beargumenteerd en logisch opgebouwd? Wordt het gebruik van jargon beperkt, en is de tekst breed toegankelijk voor beleidsmakers?
  • Effectiviteit: hoe effectief en realistisch zijn de aanbevelingen die de beleidspaper maakt?

 

Evaluatierubric voor de beleidspaper

Criteria

Uitstekend (4)

Goed (3)

Voldoende (2)

Onvoldoende (1)

Grondigheid

Probleemstelling is zeer duidelijk en scherp geformuleerd; literatuurstudie is uitgebreid en relevant; data-analyse diepgaand; er is duidelijk veel werk verricht (veel interviews/beleidsbronnen); KPI’s en KSF’s zijn duidelijk opgenomen; succescriteria voor aanbevelingen zijn goed gedefinieerd.

Probleemstelling is duidelijk; literatuurstudie is voldoende uitgebreid; data-analyse degelijk uitgevoerd; er is voldoende werk verricht; KPI’s en KSF’s worden vermeld, maar beperkt uitgewerkt.

Probleemstelling is aanwezig maar niet scherp; literatuurstudie of data-analyse oppervlakkig; beperkt aantal bronnen gebruikt; KPI’s en KSF’s slechts summier of onduidelijk uitgewerkt.

Probleemstelling is onduidelijk; nauwelijks literatuurstudie of analyse; zeer weinig werk verricht; geen KPI’s/KSF’s of succescriteria aanwezig.

Aandacht voor beleidscontext

Aanbevelingen zijn sterk ingebed in de concrete beleidscontext; sluiten goed aan bij realiteit en noden; zeer relevant voor beleidsmakers.

Aanbevelingen houden rekening met de beleidscontext, maar blijven deels generiek.

Aanbevelingen zijn grotendeels generiek; beperkte aansluiting bij beleidscontext.

Aanbevelingen negeren de beleidscontext volledig; niet bruikbaar voor beleidsmakers.

Accuraatheid van rapportering

Literatuur en data worden volledig en correct weergegeven; geen fouten of vertekeningen.

Literatuur en data worden grotendeels accuraat weergegeven; kleine onnauwkeurigheden.

Literatuur en data zijn deels correct, maar er zijn meerdere onnauwkeurigheden of onduidelijkheden.

Literatuur en data zijn onnauwkeurig of misleidend weergegeven.

Leesbaarheid

Tekst is zeer helder, goed gestructureerd en overtuigend beargumenteerd; logisch opgebouwd; jargon beperkt; tekst is breed toegankelijk.

Tekst is duidelijk en goed gestructureerd; argumentatie overwegend logisch; enig gebruik van jargon.

Tekst is matig leesbaar; structuur niet altijd logisch; vaak jargon; moeilijk toegankelijk.

Tekst is slecht leesbaar; chaotische structuur; overmatig gebruik van jargon; niet toegankelijk.

Effectiviteit

Aanbevelingen zijn zeer realistisch, uitvoerbaar en effectief; duidelijk haalbaar binnen de beleidscontext.

Aanbevelingen zijn realistisch en uitvoerbaar, maar minder sterk onderbouwd of iets minder haalbaar.

Aanbevelingen zijn beperkt realistisch; haalbaarheid twijfelachtig.

Aanbevelingen zijn onrealistisch en niet uitvoerbaar.

 

De evaluatiecriteria voor de presentatie zijn de volgende:

  • Structuur: is de presentatie goed gestructureerd? Komen alle voornaamste argumenten aan bod?
  • Timing: houden de studenten zich aan de voorziene timing?
  • Overtuigingskracht: slagen de studenten erin om de docenten te overtuigen van hun beleidsaanbevelingen?
  • Omgang met kritiek: kunnen de studenten op constructieve wijze omgaan met kritiek?
  • Visuele impact: slaagt de presentatie erin om de kernboodschap krachtig en visueel aantrekkelijk over te brengen?

 

Evaluatierubric voor de presentatie

Criteria

Uitstekend (4)

Goed (3)

Voldoende (2)

Onvoldoende (1)

Structuur

Presentatie is zeer helder gestructureerd; alle kernargumenten komen logisch en volledig aan bod.

Presentatie is goed gestructureerd; de meeste argumenten komen aan bod, met enkele kleine hiaten.

Structuur is onduidelijk of rommelig; meerdere belangrijke argumenten ontbreken.

Geen duidelijke structuur; belangrijkste argumenten worden niet of nauwelijks besproken.

Timing

Strikt binnen de voorziene tijd; tempo is optimaal en gebalanceerd.

Klein beetje boven of onder de voorziene tijd; tempo meestal goed.

Aanzienlijk boven of onder de voorziene tijd; tempo vaak te snel of te traag.

Timing wordt volledig genegeerd; presentatie is veel te kort of te lang.

Overtuigingskracht

Studenten overtuigen sterk met hun aanbevelingen; argumentatie is helder, krachtig en goed onderbouwd.

Studenten overtuigen grotendeels; argumentatie is duidelijk maar kan krachtiger.

Studenten overtuigen beperkt; argumentatie is zwak of onvoldoende uitgewerkt.

Studenten slagen er niet in te overtuigen; aanbevelingen zijn niet geloofwaardig of slecht onderbouwd.

Omgang met kritiek

Reageren professioneel en constructief op kritiek; versterken hun standpunt door heldere antwoorden.

Reageren correct op kritiek; antwoorden zijn meestal voldoende.

Reageren onzeker of ontwijkend op kritiek; antwoorden zijn vaag of onvoldoende.

Kunnen niet omgaan met kritiek; defensief of zonder antwoord.

Visuele impact

Presentatie is zeer krachtig en aantrekkelijk vormgegeven; visuele middelen versterken de kernboodschap.

Presentatie is verzorgd en ondersteunt de kernboodschap, met enkele kleine verbeterpunten.

Visuele ondersteuning is beperkt of soms storend; kernboodschap komt niet altijd duidelijk over.

Slecht of geen gebruik van visuele middelen; kernboodschap gaat verloren.

 

  1. Opbouw beleidsnota

 

De beleidspaper dient de volgende elementen te bevatten, min of meer in deze volgorde:

  • Managementsamenvatting: hierin geef je op ½ tot maximum 1 pagina weer wat je centrale bevindingen en argumenten zijn. Deze gaat vooraf aan de eigenlijke paper
  • Probleemstelling en context: wat is het probleem waaruit je vertrekt? Waarom is het een probleem? Binnen welke bredere context past dit (legitimiteitscrisis, sustainable development goals, gezondheidsproblematiek…)? Waarom is dit een relevant beleidsthema?
  • Literatuuroverzicht: wat is er al geweten over het beleidsthema, en wat is er al geweten (nationaal en internationaal) over de mogelijke oplossingen of beleidsvoorstellen om daarmee om te gaan?
  • Methode: welke methode hebben jullie gehanteerd om het onderzoek uit te voeren? Welke respondenten hebben jullie geïnterviewd? Hoe werden die geselecteerd? Welke documenten hebben jullie geanalyseerd? Welke best-practices hebben jullie geselecteerd?
  • Stakeholderonderzoek en mapping: op basis van de interviews, beleidsdocumenten etc. rapporteren jullie wat er al bestaat aan praktijken. Wat werkt, en wat niet werkt. Wat de randvoorwaarden zijn, d.w.z. onder welke omstandigheden dat beleid werkt, en waar de sector nog nood aan heeft. Jullie rapporteren ook welke stakeholders jullie hebben gecontacteerd, welke problemen zij ervaren, en welke oplossing zij aandragen.
  • Beleidsadvies en -evaluatie: op basis van stakeholderonderzoek en de literatuurstudie stellen jullie een concrete beleidsoplossing voor, en argumenteren waarom jullie hierop willen inzetten.

 

  1. Deadlines voor indiening van de opdrachten

 

De deadline voor het indienen van de groepspaper op Canvas in eerste zittijd is 16 januari 2025 om 23u59.

De deadline voor het indienen van de individuele paper op Canvas in tweede zittijd is 21 augustus 2025 om 23u59.

Individuele papers en presentaties worden in de eerste zittijd niet aanvaard.

 

  1. Plagiaat en gebruik van AI

 

Belangrijk: Plagiaat

Plagiaat is een ernstige schending van de academische integriteit, en zal gesanctioneerd worden. Indien je niet op de hoogte bent van de plagiaatregels, vraag het dan aan de docenten. Je paper wordt gecontroleerd op plagiaat bij het indienen.

 

Belangrijk: Gebruik van generatieve AI in academisch werk

Studenten mogen generatieve AI-tools, zoals ChatGPT of andere vergelijkbare technologieën, gebruiken voor het schrijven van hun beleidspaper, op voorwaarde dat deze tools op een verantwoorde manier worden ingezet. Concreet betekent dit het volgende:

  1. Het gebruik van generatieve AI moet duidelijk worden aangegeven in het werk, met een specifieke en expliciete vermelding van waarvoor de AI is gebruikt (bijvoorbeeld voor brainstorming, het genereren van voorbeeldtekst, of het herformuleren van ideeën). De exacte prompts die jullie gebruikten in generatieve AI-tools moeten in bijlage bij de beleidsnota worden toegevoegd.
  2. Daarnaast moeten studenten correcte referenties opnemen voor de output van AI, waarbij wordt verwezen naar de gebruikte tool en datum van gebruik, bijvoorbeeld: "Tekst gegenereerd met behulp van ChatGPT, OpenAI, gebruikt op [datum]."
  3. Het is belangrijk dat studenten beseffen dat de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het werk bij hen blijft liggen. Het gebruik van AI doet geen afbreuk aan de noodzaak voor een kritische en zorgvuldige controle op de nauwkeurigheid, originaliteit en academische integriteit van hun werk. Plagiaatregels blijven onverminderd van kracht, en studenten dienen elke vorm van ongeoorloofd kopiëren of overname van ideeën te vermijden, ook bij het gebruik van AI.
  4. Studenten dienen bij het indienen van hun beleidspaper ook een kort reflectielogboek over het gebruik van AI toe te voegen (zie infra in appendix).

 

  1. De thema’s van 2025-2026

 

Voor 2025-2026 dienen zich twee boeiende, maar verschillende thema’s aan waarover de studenten een beleidsnota kunnen schrijven. De thematische keuze wordt door de groep gemaakt.

  1. Het eerste thema betreft draagmoederschap. Draagmoederschap - waarbij een vrouw vrijwillig een kind draagt en baart voor wensouders - roept steeds vaker politieke en morele vragen op over reproductieve rechten, kinderwelzijn, en mogelijke uitbuiting. Terwijl sommige landen het verbieden en andere juist toestaan, groeit de druk om ook in ons land duidelijke regels te formuleren op de vraag hoe we tegelijk de draagmoeder, de wensouders en vooral het kind beschermen. Daarbovenop spelen grensoverschrijdende dimensies een rol, omdat gezinnen steeds vaker naar landen reizen waar de regelgeving soepeler is, wat risico’s creëert van uitbuiting, juridische onzekerheid en ongelijke toegang. Studenten die voor dit thema kiezen, onderzoeken hoe een evenwichtige regulering kan worden ontworpen die recht doet aan ethische waarden, rechtszekerheid biedt en de verschillende maatschappelijke belangen beschermt.
  2. Het tweede thema betreft vapen bij jongeren. De Belgische vereniging van Pediaters trok op 30/4/2025 aan de alarmbel naar aanleiding van een PANO-reportage over vapen bij jongeren. Vapen -eens een middel aanvankelijk ontwikkeld om te stoppen met roken- wint aan populariteit onder jongeren. Volgens recente bevragingen groeit het aandeel jongeren dat regelmatig de e-sigaret gebruikt. De vapes zelf worden ook krachtiger in termen van aandeel nicotine of gevaarlijker in termen van de stoffen (“spices”) die er in verwerkt worden. Verschillende landen, waaronder België, reguleren vapes door wegwerpvapes te verbieden. Toch lijkt dit onvoldoende vruchten af te werpen. Hoe kan beleid jongeren beter bewust maken van de risico’s, zonder moraliserend over te komen, en welke rol kunnen scholen, media en de gezondheidssector hierin spelen? In dit Beleidsinnovatielab onderzoeken studenten creatieve beleidsopties om het gebruik van vapes terug te dringen.

 

Voor beide opdrachten bestaat jullie taak erin om een beleidsonderzoek uit te voeren, waarbij je drie belangrijke stappen doorloopt: een mappingonderzoek, een stakeholderonderzoek en het formuleren van beleidsaanbevelingen. In het mappingonderzoek, analyseer je zowel probleemdefinities als mogelijke oplossingen. O.b.v. literatuuronderzoek, interviews, beleidsnota’s… identificeren jullie internationale navolgenswaardige beleidsvoorstellen en beleidoplossingen. Good en bad practices worden daarbij in kaart gebracht. Ten slotte formuleren jullie een concrete beleidsaanbeveling. Het doel is om een grondig beeld te krijgen van hoe draagmoederschap en vapen bij jongeren werken, welke problemen er spelen en waar er ruimte is voor verbetering. Dit onderzoek legt de basis voor de rest van jullie werk, en het is belangrijk dat jullie hierbij betrouwbare en diverse bronnen gebruiken om de complexiteit van de industrie te belichten.

Vervolgens zullen jullie een stakeholderonderzoek uitvoeren, waarbij je de verschillende belanghebbenden identificeert die betrokken zijn bij, of beïnvloed worden door draagmoederschap of vapen bij jongeren. Dit omvat bijv. medici, ethici, belangenorganisaties. Het is essentieel om te begrijpen welke belangen, macht en invloed elke stakeholder heeft in het debat over de toekomst van draagmoederschap en vapen bij jongeren.

Op basis van deze inzichten formuleren jullie ten slotte beleidsaanbevelingen die gericht zijn op effectieve en haalbare oplossingen. Deze aanbevelingen moeten rekening houden met de verschillende perspectieven van stakeholders, en voorstellen bevatten die de negatieve effecten van draagmoederschap en vapen bij jongeren kunnen verminderen terwijl de belangen van alle partijen zo goed mogelijk worden afgewogen.

 

  1. Groepswerk

 

Een van de belangrijkste vaardigheden voor toekomstige beleidsmakers is de capaciteit om samen te werken in groepen van drie. Vandaar dat er in dit Beleidsinnovatielab voor werd gekozen om de studenten een groepspaper te laten schrijven. Tegen 15 oktober dienen alle groepen samengesteld te zijn, en dient de groepssamenstelling via mail doorgegeven te worden aan de docenten. Studenten die tegen 12 oktober nog geen groep hebben, laten dit aan de docenten weten.

 

Studenten die geen deel uitmaken van een groep, of dit na de deadline van 12 oktober laten weten, worden niet toegelaten tot het examen in eerste zittijd. Individuele papers worden in de eerste zittijd niet aanvaard.

 

De docenten beseft dat groepswerk niet altijd evident is, en dat er freeridergedrag aanwezig kan zijn binnen de groep. Het is belangrijk om het zo snel als mogelijk aan de docenten te melden mocht de samenwerking in groep niet optimaal verlopen. Na een gesprek tussen de docenten en de groep zal dan een beslissing genomen worden. Studenten die onvoldoende meewerken aan de groepspaper zullen onverbiddelijk uit de groep gegooid worden, of kunnen 0/20 krijgen in eerste zit.

 

Belangrijk!

 

De deadline voor het melden dat je nog geen groep hebt is 12 oktober.

De deadline voor het melden van je groepssamenstelling is 15 oktober.

 

  1. Begeleiding en vragen

 

De docenten staan open voor vragen over dit opleidingsonderdeel, maar de formele, formatieve feedback blijft beperkt tot het consultancymoment halverwege het semester. Bij vragen mogen de studenten de docenten via e-mail contacteren.

Cursusoverzicht:

Cursusoverzicht
Datum Details Inleverdatum